Belichting

Zonder licht is er geen fotografie. In technisch opzicht, zonder licht kan de sensor niets registreren, maar ook in artistiek opzicht.
Naast ondersteunend is licht in bepaalde omstandigheden zelfs het hoofdonderwerp van een foto, de kwaliteit van het licht kan dan een foto maken of breken.

De mooiste foto’s worden gemaakt door gebruik te maken van ‘beschikbaar licht’ als tegenhanger van SunAspect IOSkunstmatig licht, zoals flitsers dat afgeven.
En beschikbaar licht is niet alleen het zonlicht midden op de dag.

Mooi strijklicht maakt het mogelijk om de details door de schaduwwerking naar voren te halen, zo ook mooie kleuren in de lucht of die goudgele gloed op een onderwerp tijdens "het gouden uurtje" net ná zonsopkomst en net vóór zonsondergang.


Op bv de iPhone is er een mooie app "SunAspects" waarop je kunt zien op welk uur de zon of de maan op welk punt aan de hemel staat.

Licht heeft vele eigenschappen die de fotograaf kan gebruiken om een bepaald effect te bereiken, zo kan licht:

  • sterk of zwak zijn
  • hard zijn en met donkere en duidelijke schaduwen
  • zacht zijn en nagenoeg zonder schaduw of met extra verspreide en niet overheersende schaduwen
  • het onderwerp van voren, van achteren of aan de zijkant beschijnen
  • verschillend reflecteren op verscheidene oppervlakken. 
  • in alle mogelijke hoeken invallen.

Ochtendlicht:

0

 

Daglicht:

Tijdens hoogzomer midden op de dag, als de zon erg hoog aan de horizon staat, is het effect van het gerichte zonlicht minder duidelijk. Alle delen van de scène worden gelijk belicht, er is weinig contrastverschil tussen de schaduwen en de lichte delen waardoor de foto als saai wordt ervaren.
Er is niets om het oog de scène in te trekken. Vormen en compositie gaan dan een grotere rol spelen.

Schemerlicht:

De zon mag wel zijn onder gegaan, maar er is vaak nog genoeg licht en kleur aanwezig om nog tot een 1-1,5 uur na zonsondergang of voor de zonsopkomst (door) te fotograferen. In de schemerperiode kun je daardoor onderscheidende foto’s maken.

Avond- en Nachtlicht:

o

Tegenlicht:

De lichtbron is direct achter het onderwerp en geeft een dramatisch effect aan een foto.
Het zorgt er voor dat onderwerpen van achteren worden belicht, waardoor details verdwijnen, een sterker contrast ontstaat tussen licht en donker, silhouetten ontstaan, schaduwen duidelijker zichtbaar worden en lijnen en vormen worden benadrukt.
De lichtbron is in de foto vaak te zien als een heldere vlek of een sterke gloed rond het onderwerp, in mooi avondlicht kan tegenlicht het onderwerp helemaal omhullen.
Doorzichtige onderwerpen zoals bladeren, kwallen, etc. krijgen bij tegenlicht een prachtige glans.
De sluitertijd moet langer worden om het onderwerp niet in een silhouet te veranderen.

Bewolking:

Op bewolkte dagen lijkt het licht van alle kanten te komen.
Alles is zichtbaar, de sensor kan veel details vastleggen, maar mist diepte.
Net zoals tijdens hoogzomer zie je eigenlijk geen schaduwen, alles wordt vanuit alle kanten gelijkmatig verlicht.
Hiermee wordt het licht als veel zachter ervaren. Dit licht geeft een heel ander effect dan het gerichte licht van de zon of een flitser en is het beste toe te passen als je subtiele details in kleur of vorm wilt vastleggen zoals bijvoorbeeld bij het fotograferen van bloemen of detail in natte stenen.
De eigen kleuren van het onderwerp komen beter naar voren en er is ook meer detail zichtbaar in de schaduwen en lichte delen doordat er geen reflecties zijn die worden veroorzaakt door het felle zonlicht.